Regeerakkoord Rutte III: wat verandert er in het arbeidsrecht?

img

Na de langste formatie in de parlementaire geschiedenis presenteerde het nieuwe kabinet-Rutte III op 10 oktober jl. zijn regeerakkoord ‘vertrouwen in de toekomst’. Hoewel vele thema’s aan bod komen vormt ‘arbeid en werkgelegenheid’ duidelijk het hoofdthema. Het akkoord bevat een aantal voorgenomen ambitieuze wijzigingen op het gebied van het arbeidsrecht. Wat die voorgenomen wijzigingen zijn zet ik in dit artikel op een rij.

Versoepeling van het ontslagrecht

In de wet vind je een limitatieve opsomming van de redenen op basis waarvan ontslag kan worden gegeven. Ontslag is dus alleen mogelijk als de motivering past binnen een in de wet genoemde reden. Volgens het huidige systeem moet een werkgever bovendien kunnen aantonen dat aan ten minste één van deze redenen in zijn geheel is voldaan. Alleen dan is er voldoende basis voor ontslag. Een combinatie van verschillende ontslaggronden waaraan slechts gedeeltelijk wordt voldaan, is niet mogelijk.

Echter, In de praktijk komt vaak de situatie voor dat niet volledig wordt voldaan aan één ontslaggrond, maar er sprake is van meerdere ‘onvolledige’ ontslaggronden. Er is bijvoorbeeld sprake van een werknemer die disfunctioneert en waarbij de arbeidsverhouding tussen werkgever en werknemer verstoord is. Onder het geldende arbeidsrecht is die combinatie toch onvoldoende. Voor deze situatie wil het nieuwe kabinet de rechter de mogelijkheid geven de arbeidsovereenkomst wel te ontbinden. Een opeenstapeling van meerdere ontslaggronden wordt op deze manier mogelijk gemaakt waarmee het ontslagrecht wordt versoepeld. Hier staat voor de werknemer tegenover dat de rechter een extra vergoeding kan toekennen van maximaal de helft van de transitievergoeding (bovenop de al bestaande transitievergoeding).

Verandering in de transitievergoeding

Het kabinet is van plan om ‘meer balans’ te creëren in de transitievergoeding. Zo wil het kabinet dat werknemers vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding krijgen. Momenteel hebben werknemers pas recht op een transitievergoeding na twee jaar dienstverband. Daarnaast wil het kabinet de hoogte van de transitievergoeding aanpassen. Zo wil het kabinet dat de transitievergoeding voor elk jaar dienstverband een derde maandsalaris bedraagt, ook bij mensen die langer dan 10 jaar in dienst zijn. De huidige regeling is dat een werknemer na 10 jaar een half maandsalaris per dienstjaar aan transitievergoeding opbouwt. Daarnaast is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding.

Ketenregeling van twee naar drie jaar

Onder het huidige recht kunnen maximaal drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar opvolgen binnen een termijn van twee jaar. Bij de vierde arbeidsovereenkomst, of bij het overschrijden van de tweejaarstermijn, ontstaat automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dit wordt wel de ‘ketenregeling’ genoemd. Het kabinet is van plan om deze ketenregeling te verruimen. De periode waarna elkaar opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd wordt verlengd van twee naar drie jaar. Het maximum aantal van drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd dat in deze periode kan worden gesloten lijkt te worden gehandhaafd.

Proeftijd kan langer worden

Op dit moment is de maximale proeftijd bij een vast contract twee maanden. Het nieuwe kabinet wil dat wanneer een werkgever als eerste contract een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbiedt, een proeftijd kan worden overeengekomen van vijf maanden. Bij arbeidsovereenkomsten met een duur van langer dan twee jaar wordt de maximale proeftijd verlengd van twee naar drie maanden.

Ouderschapsverlof partner

Het huidige kraamverlof geeft partners na de bevalling recht op twee dagen verlof, op te nemen binnen vier weken, waarbij werkgevers het volledige loon doorbetalen. Het kabinet wil het kraamverlof voor partners uitbreiden van twee dagen naar vijf dagen.

Payrolling blijft mogelijk

Er komt geen verbod op payrolling. Wel komt het kabinet met een wetsvoorstel waarmee ‘concurrentie op arbeidsvoorwaarden’ wordt tegengegaan. Zo wil het kabinet dat payrollmedewerkers dezelfde primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden krijgen als medewerkers die het bedrijf zelf in vaste dienst heeft.

Verschijningsplicht oproepkrachten

Voor oproepkrachten met een nulurencontract vindt het kabinet het belangrijk dat deze groep meer zekerheid krijgt. Volgens huidige wetgeving is de oproepkracht met een nulurencontract verplicht om aan de oproep van zijn werkgever gehoor te geven. De oproepkracht kan deze oproep alleen weigeren wanneer hij hier een gegronde reden voor heeft. Hier wil het nieuwe kabinet verandering in brengen. Het nieuwe kabinet wil voorkomen dat oproepkrachten met een nulurencontract altijd beschikbaar moeten zijn terwijl dit voor de aard van de van het werk niet vereist is. Oproepkrachten met een nulurencontract zijn daarom straks niet meer, of minder snel, verplicht om gehoor te geven aan een oproep van hun werkgever.

Tot slot

Bovenstaande maatregelen dienen nog uitgewerkt te worden in wetsvoorstellen. Er staan echter ingrijpende wijzigingen in het arbeidsrecht op stapel. Het is zaak dat bedrijven en organisaties zich nu al op deze ontwikkelingen voorbereiden.

img

mr. Folmer Helder (EIFFEL)

fhelder@eiffel.nl